Wedstrijdatletiek
Het Belgisch Kampioenschap Alle Categorieën - De epiloog
Kessel-Lo, 05 augustus 2025
Het afgelopen BK Alle Categorieën in het Koning Boudewijnstadion mogen we in onze club zeker bij de absolute top BK-edities rekenen. Vijf titels en zes vice-kampioenen: het is ooit slechter geweest. Om precies te weten hoé goed, moeten we de resultaten van onze finalisten (top 8) in een historisch perspectief plaatsen. Net als in elke sport, evolueerde de atletiek ook door de jaren heen. Meerdere disciplines werden aan het programma van dit kampioenschap toegevoegd. Vooral bij de vrouwen: hinkstap, polsstok, hamerslingeren, 10.000m en steeple hebben niet dezelfde geschiedenis als pakweg de 100 meter, de 1500m, het hoogspringen of het kogelstoten. Dat nadeel voor de BK’s van voor de eeuwwisseling, moeten we in dit punten-overzicht toch even in het achterhoofd houden.
Dat punten-overzicht is vrij eenvoudig samengesteld: een gouden medaille wordt beloond met 8 punten, zilver krijgt 7 punten en een 8ste plaats is nog 1 punt waard. Om het historisch perspectief te benaderen, rekenen we er in de puntentelling (en de medailles) ook nog de 10.000m bij. In de vorige eeuw was die langste piste-afstand een onderdeel van het BK-weekend, nadien werd die titelstrijd losgekoppeld en samen met het nieuwe vrouwenkampioenschap over 25 ronden op een andere – meestal vroegere – datum georganiseerd.
Dit gezegd zijnde, leverde het BK AC dit jaar in totaal 117 finalepunten op. Vijf keer goud, zes keer zilver (al kan het zilver van Boda in het hinkstap nog goud worden) en een keer brons (Grimard in de 10.000m) levert voor 10 atleten 12 medailles op. Voeg daarbij nog 8 extra plaatsen tussen 4 en 8, en we komen aan het totaal van 18 DCLA-toppers die met 20 top-8 plaatsen samen 117 punten verdienden.
Maar hoe relatief is dat getal ? Vorig jaar grossierde DCLA liefst 14 medailles (6+5+3) en 9 extra top 8 plaatsen. Goed voor een record aantal van 127 punten, verdiend door 21 verschillende atleten. Maar dat was wel een absoluut record: nooit voorheen benaderd in de clubgeschiedenis. Vergelijken we bijvoorbeeld even met het jaar 1975, één van de gloriejaren uit ons geschiedenisboek. Toen telden we liefst 7 kampioenen (5 verschillende atleten) en kwamen er nog 6 extra finaleplaatsen bij, zodat 9 verschillende atleten samen 74 puntjes verzamelden. Het eerste jaar van deze nieuwe eeuw (jaar 2000) werd het laagste cijfer gescoord: 10 atleten verzamelden toen 12 finaleplaatsen met één titel, één keer zilver en twee keer brons, goed voor 50 punten. Nog wat cijfertjes: 2023 = 89p; 2022 = 70p; 2021 = 56p; 2020 (corona) = 70p en 2019 = 68p. Om maar te zeggen: het was voor rood-wit héél goed vorig weekend, niet alleen voor de podiumplaatsen, zeker ook in de breedte !
Individueel mochten onze kampioenen ook best gezien worden. Elien Vekemans was met 4m55 ongenaakbaar voor haar tegenstanders. De vier outdoortitels die DCLA in het polsstok vrouwen al won, staan allemaal op haar naam, nadat ze afgelopen winter al haar tweede indoortitel won. Samen met deze 6 AC-schildjes, heeft ze nog 6 jeugdtitels in haar kast hangen.
Net als Elien, verlengde ook Ben Broeders zijn titel van vorig jaar. Deze keer legde hij met 5m65 de lat ver boven de mogelijkheden van de concurrenten. Daring won al 7 outdoor-polsstoktitels ooit en zes daarvan komen op Bens naam, evenveel als op zijn indoorpalmares. Met zijn 11 gouden medailles van de jeugdkampioenschappen er bij, komt Ben nu al aan een indrukwekkend totaal van 23 nationale schildjes.
Pieter Sisk kon zijn 1500m-titel van 2024 probleemloos verlengen na een vlijmscherpe laatste ronde. In 3’55”20 scoorde hij de 11de DCLA-1500m-titel AC, bijeen gelopen door 6 verschillende atleten. Voor Pieter is het al zijn derde Belgische titel in de hoogste categorie.
Ook Guillaume Grimard voldeed aan zijn favorietenrol in de 5000m. De Belgisch 10.000m-kampioen van vorig jaar werd de beste na 14’00”13 en zorgde voor de 10de Leuvense titel ooit over deze afstand, ook hier netjes verdeeld onder 6 verschillende lopers. Even later maakte Kobe Hermans er een Leuvense dubbel van in 14’11”79. Het is al de derde DCL(A)-dubbel in dit BK 5000m na Jesse Stroobants & Maarten Van Steen (2006) en Miel Puttemans & Willy Polleunis (1973).
Het hordegoud van onze Europese bronzen U23-medaille, Elie Bacari kwam er ook in stijl: nadat topfavoriet Obasuyi/OEH uit koers verdween, knalde Elie naar 13”30, een verbetering van zijn eigen Belgisch belofterecord. Voor Leuven is het nog maar de tweede triomf in deze hoge horden, nadat Dirk Van Den Bosch in 1983 een wel heel bizarre finale op zijn naam schreef. Na vandaag tellen zowel Guillaume Grimard als Elie Bacari drie Belgische titels op hun palmares, waarvan twee in de hoogste categorie.
Opvallend ook: alle vijf deze kampioenen én de vijf andere medaillewinnaars zijn ‘jeugdproducten’ van DCLA !
En om de cijferdans nog wat aan te dikken: Elien Vekemans won de 120ste gouden AC-medaille voor de vrouwenafdeling van DCLA; Ben Broeders, Pieter Sisk, Elie Bacari en Guillaume Grimard lieten het totaal van AC-mannentitels nu al oplopen tot 159 ! In totaal wonnen al 51 Leuvense mannen en 33 Leuvense vrouwen een Belgische titel bij het BK alle categorieën.
In het ruimere plaatje, met ook de jeugd- en mastercategorieën bijgeteld, komt DCLA vandaag al aan 1.317 nationale titels, waarvan 1.053 individueel en 264 in teamverband…
Dat zijn allemaal cijfers om toch eens rustig laten te bezinken.
Dat punten-overzicht is vrij eenvoudig samengesteld: een gouden medaille wordt beloond met 8 punten, zilver krijgt 7 punten en een 8ste plaats is nog 1 punt waard. Om het historisch perspectief te benaderen, rekenen we er in de puntentelling (en de medailles) ook nog de 10.000m bij. In de vorige eeuw was die langste piste-afstand een onderdeel van het BK-weekend, nadien werd die titelstrijd losgekoppeld en samen met het nieuwe vrouwenkampioenschap over 25 ronden op een andere – meestal vroegere – datum georganiseerd.
Dit gezegd zijnde, leverde het BK AC dit jaar in totaal 117 finalepunten op. Vijf keer goud, zes keer zilver (al kan het zilver van Boda in het hinkstap nog goud worden) en een keer brons (Grimard in de 10.000m) levert voor 10 atleten 12 medailles op. Voeg daarbij nog 8 extra plaatsen tussen 4 en 8, en we komen aan het totaal van 18 DCLA-toppers die met 20 top-8 plaatsen samen 117 punten verdienden.
Maar hoe relatief is dat getal ? Vorig jaar grossierde DCLA liefst 14 medailles (6+5+3) en 9 extra top 8 plaatsen. Goed voor een record aantal van 127 punten, verdiend door 21 verschillende atleten. Maar dat was wel een absoluut record: nooit voorheen benaderd in de clubgeschiedenis. Vergelijken we bijvoorbeeld even met het jaar 1975, één van de gloriejaren uit ons geschiedenisboek. Toen telden we liefst 7 kampioenen (5 verschillende atleten) en kwamen er nog 6 extra finaleplaatsen bij, zodat 9 verschillende atleten samen 74 puntjes verzamelden. Het eerste jaar van deze nieuwe eeuw (jaar 2000) werd het laagste cijfer gescoord: 10 atleten verzamelden toen 12 finaleplaatsen met één titel, één keer zilver en twee keer brons, goed voor 50 punten. Nog wat cijfertjes: 2023 = 89p; 2022 = 70p; 2021 = 56p; 2020 (corona) = 70p en 2019 = 68p. Om maar te zeggen: het was voor rood-wit héél goed vorig weekend, niet alleen voor de podiumplaatsen, zeker ook in de breedte !
Individueel mochten onze kampioenen ook best gezien worden. Elien Vekemans was met 4m55 ongenaakbaar voor haar tegenstanders. De vier outdoortitels die DCLA in het polsstok vrouwen al won, staan allemaal op haar naam, nadat ze afgelopen winter al haar tweede indoortitel won. Samen met deze 6 AC-schildjes, heeft ze nog 6 jeugdtitels in haar kast hangen.
Net als Elien, verlengde ook Ben Broeders zijn titel van vorig jaar. Deze keer legde hij met 5m65 de lat ver boven de mogelijkheden van de concurrenten. Daring won al 7 outdoor-polsstoktitels ooit en zes daarvan komen op Bens naam, evenveel als op zijn indoorpalmares. Met zijn 11 gouden medailles van de jeugdkampioenschappen er bij, komt Ben nu al aan een indrukwekkend totaal van 23 nationale schildjes.
Pieter Sisk kon zijn 1500m-titel van 2024 probleemloos verlengen na een vlijmscherpe laatste ronde. In 3’55”20 scoorde hij de 11de DCLA-1500m-titel AC, bijeen gelopen door 6 verschillende atleten. Voor Pieter is het al zijn derde Belgische titel in de hoogste categorie.
Ook Guillaume Grimard voldeed aan zijn favorietenrol in de 5000m. De Belgisch 10.000m-kampioen van vorig jaar werd de beste na 14’00”13 en zorgde voor de 10de Leuvense titel ooit over deze afstand, ook hier netjes verdeeld onder 6 verschillende lopers. Even later maakte Kobe Hermans er een Leuvense dubbel van in 14’11”79. Het is al de derde DCL(A)-dubbel in dit BK 5000m na Jesse Stroobants & Maarten Van Steen (2006) en Miel Puttemans & Willy Polleunis (1973).
Het hordegoud van onze Europese bronzen U23-medaille, Elie Bacari kwam er ook in stijl: nadat topfavoriet Obasuyi/OEH uit koers verdween, knalde Elie naar 13”30, een verbetering van zijn eigen Belgisch belofterecord. Voor Leuven is het nog maar de tweede triomf in deze hoge horden, nadat Dirk Van Den Bosch in 1983 een wel heel bizarre finale op zijn naam schreef. Na vandaag tellen zowel Guillaume Grimard als Elie Bacari drie Belgische titels op hun palmares, waarvan twee in de hoogste categorie.
Opvallend ook: alle vijf deze kampioenen én de vijf andere medaillewinnaars zijn ‘jeugdproducten’ van DCLA !
En om de cijferdans nog wat aan te dikken: Elien Vekemans won de 120ste gouden AC-medaille voor de vrouwenafdeling van DCLA; Ben Broeders, Pieter Sisk, Elie Bacari en Guillaume Grimard lieten het totaal van AC-mannentitels nu al oplopen tot 159 ! In totaal wonnen al 51 Leuvense mannen en 33 Leuvense vrouwen een Belgische titel bij het BK alle categorieën.
In het ruimere plaatje, met ook de jeugd- en mastercategorieën bijgeteld, komt DCLA vandaag al aan 1.317 nationale titels, waarvan 1.053 individueel en 264 in teamverband…
Dat zijn allemaal cijfers om toch eens rustig laten te bezinken.
Michel J

