Nieuws
Meer Wel dan Wee in de Leuvense interclubgeschiedenis
Kessel-Lo, 22 mei 2026
De interclub. Het zit er weer op voor onze clubtoppers. De stress is ontmanteld en vooruitgeschoven naar volgend jaar. Een vierde plaats was het eindresultaat, volgend op drie achtereenvolgende vice-titels na (ook huidig) kampioen Excelsior Brussel. In zijn wedstrijdoverzicht besluit technisch directeur Ivo Hendrix als volgt: “In de eindafrekening schiet DCLA anderhalf punt te kort voor een podiumplaats. Is dat een domper ? Ja en nee. DCLA wil en moet altijd een top 3 plaats behalen, maar als de directe concurrentie alsmaar agressiever handel drijft op de transfermarkt, dan ligt de lat wel hoog om die ambitie blijvend waar te maken.”
De nagel op de kop. Alleen was het Leuvense resultaat ook dit jaar absoluut geen tegenvaller, zeker gezien het late oplapwerk dat Ivo uit de hoed moest toveren om alle niet beschikbare vaste pionnen nog tijdig te kunnen vervangen. En dat waren er zoveel dat sommigen het degradatiespook al meenden gezien te hebben, in de eigen Atletiek Arena Gaston Roelants dan nog wel… Maar onbeschikbaarheid dat is nu eenmaal eigen aan deze competitie: ook onze zeven tegenstanders konden waarschijnlijk uitpakken met blessures, ziekte, communiefeesten, vakantieperiodes, niet-in-de-planning-passende en andere geloofwaardige excuses. Maar niet alle zeven concurrenten zijn even bedrijvig op de transfermarkt, zoals hierboven verondersteld. Zo deden wij het in deze editie uitsluitend met eigen Leuvenaars terwijl de drie podiumploegen allen samen liefst zestien prestaties lieten optekenen door een buitenlands atleet en dan zwijgen we nog over de atleten die pakweg op honderd kilometers van hun hun club wonen. En die 16 niet-Belgische prestaties scoorden (op 3 na) allemaal een individuele podiumplaats. Dat zijn dus veel punten ! Maar een sportwedstrijd wordt gereglementeerd en wie wil deelnemen, moet zich aan die dingen houden. Dus gaan we daarover niet klagen of zagen: ze gelden voor iedereen. Gelukkig heeft onze club door de jaren heen slechts sporadisch een beroep hoeven te doen op buitenlandse versterking, laat staan dat we ooit actief op zoek gingen naar die versterking in onze mindere onderdelen. Het moedwillig afsnoepen van talenten van andere Belgische clubs, is nooit onze prioriteit geweest. Uitgaan van eigen sterkte en het kneden van ruwe diamanten volgens de kennis en de kunst van onze trainers: dàt was en blijft voorlopig de prioriteit.
Interclubregels evolueren met de tijd. Ze worden haast even snel aangepast als de formule van deze competitie, die wij nu al sedert… 1947 onafgebroken (twee coronajaren uitgezonderd) in de geschiedenisboeken terugvinden. Een hoogste nationale afdeling met 9 teams die eerst schiftingen en enkele weken later finales moesten betwisten. Finales met drie teams die streden voor de titel; 3 teams die de (volstrekt irrelevante) plaatsen 4 tot 6 verdeelden en 3 teams die streden om het behoud. Dat gebeurde met twee clubatleten per discipline; mannen en vrouwenteams afzonderlijk: we kunnen het ons anno 2026 nog amper voorstellen. De huidige formule met 8 ploegen in de hoogste nationale afdeling waarbij vrouwen én mannen samen één team vormen, bestaat nog maar sedert 2023.
Dat was in 1960 bij een unitaire bond nog net iets anders. DCL was toen pas gefusioneerd met de universitaire UCLA-ploeg en dat gaf onze club een geweldige (interclub) boost. UCLA stond immers hoger gerangschikt in de clubhiërarchie dan Daring: van 1949 tot 1959 acteerde de Universiteitsploeg in de eerste of tweede nationale afdeling. In twee jaar tijd promoveerde het versterkte DCL mannenteam van de laagste afdeling 3 naar de hoogste afdeling. Na twee opeenvolgende kampioenstitels scoorde Leuven meteen een 4de plaats in die hoogste afdeling in 1962, waar de blauw-roden van FC Luik (Limburg) de plak zwaaiden. De eerste vice-titels kwamen er al in 1964 en 1965 om dan eindelijk in 1966 en 1967 de hoogste interclubprijs van de Luikenaars af te snoepen. Gedurende 32 opeenvolgende jaren bleef Daring actief in die hoogste afdeling. Tot 1993 werden nog 12 top drie plaatsen gescoord, maar dat jaar werd de hoogste afdeling gereduceerd tot 8 teams en een 7de plaats voor Daring betekende meteen een degradatie naar de eerste nationale afdeling. Het werden de jojo-jaren, want tussen 1994 en 2001 zweefde Daring tussen de hoogste en de op één na hoogste afdeling. Vanaf 2002 tot heden was die hoogste nationale afdeling onze vaste pleisterplaats met als hoogtepunt de nationale titel in 2012, liefst 45 jaar na de laatste interclubzege ! En toch ook wel vermeldenswaard: van 2006 tot heden, stond DCLA gedurende 19 opeenvolgende edities steeds in de top vier !
De interclubgeschiedenis is bij onze vrouwen iets minder lang, maar dat is logisch. In de beginjaren van de damesinterclub, waren er slechts een vijftal Belgische clubs die een team konden opstellen. Ook hier had UCLA de bovenhand (al 3de in 1956) maar dankzij de fusie kreeg Daring ook daar meer impact op de rangschikking. Van 1964 tot 1975 acteerden onze dames net als onze mannen in de hoogste divisie. De degradatie in 1975 verwees het team voor drie jaar naar Afdeling 2, waar het dankzij een kampioenstitel in 1978 opnieuw haar plaats opeiste in de topafdeling. Daar reden ze tot 1998 een parcours met 6 podiumplaatsen, maar zonder titel. In 1999 werd een kortstondig verblijf in Ere-Afdeling bekroond met een titel. In de daaropvolgende jaren kwam er in 2008 eindelijk de allereerste interclubtitel in de hoogste afdeling, titel die ze in 2009 prolongeerden. Met een interval van twee podiumplaatsen, herhaalden onze vrouwen die dubbele stunt in 2012 en 2013. Maar in 2017 volgde nog een degradatie waardoor de vrouwen tot en met 2022 in de Ere-Afdeling van de VAL bleven. De zoveelste formulewijziging waarbij mannen en vrouwen samengevoegd werden in 2023, hertekende het interclubgebeuren tot de actuele situatie met 8 teams in de Belgische Super League.
Op 12 en 13 mei 2012 beleefde onze club haar interclubhoogtepunt met Bekerwinst in Saint-Mard (vrouwen) en Beveren (mannen). Dat exploot was ook tienkamptopper Fredje Xhonneux niet ontgaan. Toen nog actief bij Excelsior (en momenteel een gewaardeerde atletiek-commentator bij RTBF) vroeg Fred zich luidop af hoe DCLA dat allemaal klaarspeelde, want ook de jongens werden dat jaar kampioen en alle andere Bekerteams (meisjes en twee masterteams) acteerden in de top zes van hun hoogste afdelingen. Of spionnen toen vertrouwelijke info over onze werking doorspeelden aan Excelsior, hebben we niet kunnen achterhalen, maar feit is wel dat de Heizelgroep sedertdien de rol van Luik uit de jaren ’60 heeft overgenomen en een abonnement neemt op de landstitel… Met buitenlandse hulp en het aantrekken van atleten uit het hele land (Oostende, Bornem, Aalst, Bertrix, Gent, Kapellen, Obourg,…), maar daar is dus helemaal niks verkeerds aan volgens het huidige reglement…
Michel J.
Daring Leuven in de interclubgeschiedenis:
AC Mannen en Vrouwen samen
2026 KBAB SL = 4
2025 KBAB SL = 2 (RESC)
2024 KBAB SL = 2 (RESC)
2023 KBAB SL = 2 (RESC)
AC Mannen AC Vrouwen
2022 KBAB = 4 Ere VAL = 3
2021+2020 Corona
2019 KBAB = 2 (RESC) Ere VAL = 4
2018 KBAB = 2 (RESC) Ere VAL = 3
2017 KBAB = 2 (RESC) KBAB = 12
2016 KBAB = 3 KBAB = 5
2015 KBAB = 3 KBAB = 3
2014 KBAB = 4 KBAB = 5
2013 KBAB = 4 KBAB = 1
2012 KBAB = 1 KBAB = 1
2011 KBAB = 2 (RESC) KBAB = 3
2010 KBAB = 2 (RFCL) KBAB = 2 (VAC)
2009 KBAB = 3 KBAB = 1
2008 KBAB = 2 (RFCL) KBAB = 1
2007 KBAB = 3 KBAB = 2 (VAC)
2006 KBAB = 4 KBAB = 6
2005 KBAB = 5 KBAB = 2 (KAAG)
2004 KBAB = 7 KBAB = 4
2003 KBAB = 7 KBAB = 4
2002 KBAB = 7 KBAB = 6
2001 Ere VAL = 3 KBAB = 6
2000 KBAB = 7 KBAB = 5
1999 Ere VAL = 1 Ere VAL = 1
1998 KBAB = 7 KBAB = 7
1997 Nat 1 = 1 KBAB = 4
1996 KBAB = 7 KBAB = 5
1995 KBAB = 4 KBAB = 3
1994 Nat 1 = 1 KBAB = 5
1993 KBAB = 7 KBAB = 3
1992 KBAB = 8 KBAB = 5
1991 KBAB = 6 KBAB = 5
1990 KBAB = 4 KBAB = 3
1989 KBAB = 3 KBAB = 2 (AVT)
1988 KBAB = 6 KBAB = 3
1987 KBAB = 8 KBAB = 7
1986 KBAB = 4 KBAB = 4
1985 KBAB = 5 KBAB = 6
1984 KBAB = 5 KBAB = 8
1983 KBAB = 3 KBAB = 6
1982 KBAB = 3 KBAB = 4
1981 KBAB = 3 KBAB = 9
1980 KBAB = 6 KBAB = 3
1979 KBAB = 8 KBAB = 4
1978 KBAB = 9 Afd 2 = 1
1977 KBAB = 5 Afd 2 = 4
1976 KBAB = 2 (RFCL) Afd 2 = 2
1975 KBAB = 3 KBAB = 9
1974 KBAB = 3 KBAB = 5
1973 KBAB = 2 (RFCL) KBAB = 4
1972 KBAB = 2 (RFCL) KBAB = 4
1971 KBAB = 3 KBAB = 3
1970 KBAB = 2 (RFCL) KBAB = 3
1969 KBAB = 4 KBAB = 3
1968 KBAB = 2 (RFCL) KBAB = 3
1967 KBAB = 1 KBAB = 4
1966 KBAB = 1 KBAB = 5
1965 KBAB = 2 (RFCL) KBAB = 5
1964 KBAB = 2 (RFCL) KBAB = 6
1963 KBAB = 6
1962 KBAB = 4
1961 Afd 2 = 1
1960 Afd 3 = 1
(tussen haakjes de kampioenenploeg in de hoogste afdeling)
Interclubregels evolueren met de tijd. Ze worden haast even snel aangepast als de formule van deze competitie, die wij nu al sedert… 1947 onafgebroken (twee coronajaren uitgezonderd) in de geschiedenisboeken terugvinden. Een hoogste nationale afdeling met 9 teams die eerst schiftingen en enkele weken later finales moesten betwisten. Finales met drie teams die streden voor de titel; 3 teams die de (volstrekt irrelevante) plaatsen 4 tot 6 verdeelden en 3 teams die streden om het behoud. Dat gebeurde met twee clubatleten per discipline; mannen en vrouwenteams afzonderlijk: we kunnen het ons anno 2026 nog amper voorstellen. De huidige formule met 8 ploegen in de hoogste nationale afdeling waarbij vrouwen én mannen samen één team vormen, bestaat nog maar sedert 2023.
Dat was in 1960 bij een unitaire bond nog net iets anders. DCL was toen pas gefusioneerd met de universitaire UCLA-ploeg en dat gaf onze club een geweldige (interclub) boost. UCLA stond immers hoger gerangschikt in de clubhiërarchie dan Daring: van 1949 tot 1959 acteerde de Universiteitsploeg in de eerste of tweede nationale afdeling. In twee jaar tijd promoveerde het versterkte DCL mannenteam van de laagste afdeling 3 naar de hoogste afdeling. Na twee opeenvolgende kampioenstitels scoorde Leuven meteen een 4de plaats in die hoogste afdeling in 1962, waar de blauw-roden van FC Luik (Limburg) de plak zwaaiden. De eerste vice-titels kwamen er al in 1964 en 1965 om dan eindelijk in 1966 en 1967 de hoogste interclubprijs van de Luikenaars af te snoepen. Gedurende 32 opeenvolgende jaren bleef Daring actief in die hoogste afdeling. Tot 1993 werden nog 12 top drie plaatsen gescoord, maar dat jaar werd de hoogste afdeling gereduceerd tot 8 teams en een 7de plaats voor Daring betekende meteen een degradatie naar de eerste nationale afdeling. Het werden de jojo-jaren, want tussen 1994 en 2001 zweefde Daring tussen de hoogste en de op één na hoogste afdeling. Vanaf 2002 tot heden was die hoogste nationale afdeling onze vaste pleisterplaats met als hoogtepunt de nationale titel in 2012, liefst 45 jaar na de laatste interclubzege ! En toch ook wel vermeldenswaard: van 2006 tot heden, stond DCLA gedurende 19 opeenvolgende edities steeds in de top vier !
De interclubgeschiedenis is bij onze vrouwen iets minder lang, maar dat is logisch. In de beginjaren van de damesinterclub, waren er slechts een vijftal Belgische clubs die een team konden opstellen. Ook hier had UCLA de bovenhand (al 3de in 1956) maar dankzij de fusie kreeg Daring ook daar meer impact op de rangschikking. Van 1964 tot 1975 acteerden onze dames net als onze mannen in de hoogste divisie. De degradatie in 1975 verwees het team voor drie jaar naar Afdeling 2, waar het dankzij een kampioenstitel in 1978 opnieuw haar plaats opeiste in de topafdeling. Daar reden ze tot 1998 een parcours met 6 podiumplaatsen, maar zonder titel. In 1999 werd een kortstondig verblijf in Ere-Afdeling bekroond met een titel. In de daaropvolgende jaren kwam er in 2008 eindelijk de allereerste interclubtitel in de hoogste afdeling, titel die ze in 2009 prolongeerden. Met een interval van twee podiumplaatsen, herhaalden onze vrouwen die dubbele stunt in 2012 en 2013. Maar in 2017 volgde nog een degradatie waardoor de vrouwen tot en met 2022 in de Ere-Afdeling van de VAL bleven. De zoveelste formulewijziging waarbij mannen en vrouwen samengevoegd werden in 2023, hertekende het interclubgebeuren tot de actuele situatie met 8 teams in de Belgische Super League.
Op 12 en 13 mei 2012 beleefde onze club haar interclubhoogtepunt met Bekerwinst in Saint-Mard (vrouwen) en Beveren (mannen). Dat exploot was ook tienkamptopper Fredje Xhonneux niet ontgaan. Toen nog actief bij Excelsior (en momenteel een gewaardeerde atletiek-commentator bij RTBF) vroeg Fred zich luidop af hoe DCLA dat allemaal klaarspeelde, want ook de jongens werden dat jaar kampioen en alle andere Bekerteams (meisjes en twee masterteams) acteerden in de top zes van hun hoogste afdelingen. Of spionnen toen vertrouwelijke info over onze werking doorspeelden aan Excelsior, hebben we niet kunnen achterhalen, maar feit is wel dat de Heizelgroep sedertdien de rol van Luik uit de jaren ’60 heeft overgenomen en een abonnement neemt op de landstitel… Met buitenlandse hulp en het aantrekken van atleten uit het hele land (Oostende, Bornem, Aalst, Bertrix, Gent, Kapellen, Obourg,…), maar daar is dus helemaal niks verkeerds aan volgens het huidige reglement…
Michel J.
Daring Leuven in de interclubgeschiedenis:
AC Mannen en Vrouwen samen
2026 KBAB SL = 4
2025 KBAB SL = 2 (RESC)
2024 KBAB SL = 2 (RESC)
2023 KBAB SL = 2 (RESC)
AC Mannen AC Vrouwen
2022 KBAB = 4 Ere VAL = 3
2021+2020 Corona
2019 KBAB = 2 (RESC) Ere VAL = 4
2018 KBAB = 2 (RESC) Ere VAL = 3
2017 KBAB = 2 (RESC) KBAB = 12
2016 KBAB = 3 KBAB = 5
2015 KBAB = 3 KBAB = 3
2014 KBAB = 4 KBAB = 5
2013 KBAB = 4 KBAB = 1
2012 KBAB = 1 KBAB = 1
2011 KBAB = 2 (RESC) KBAB = 3
2010 KBAB = 2 (RFCL) KBAB = 2 (VAC)
2009 KBAB = 3 KBAB = 1
2008 KBAB = 2 (RFCL) KBAB = 1
2007 KBAB = 3 KBAB = 2 (VAC)
2006 KBAB = 4 KBAB = 6
2005 KBAB = 5 KBAB = 2 (KAAG)
2004 KBAB = 7 KBAB = 4
2003 KBAB = 7 KBAB = 4
2002 KBAB = 7 KBAB = 6
2001 Ere VAL = 3 KBAB = 6
2000 KBAB = 7 KBAB = 5
1999 Ere VAL = 1 Ere VAL = 1
1998 KBAB = 7 KBAB = 7
1997 Nat 1 = 1 KBAB = 4
1996 KBAB = 7 KBAB = 5
1995 KBAB = 4 KBAB = 3
1994 Nat 1 = 1 KBAB = 5
1993 KBAB = 7 KBAB = 3
1992 KBAB = 8 KBAB = 5
1991 KBAB = 6 KBAB = 5
1990 KBAB = 4 KBAB = 3
1989 KBAB = 3 KBAB = 2 (AVT)
1988 KBAB = 6 KBAB = 3
1987 KBAB = 8 KBAB = 7
1986 KBAB = 4 KBAB = 4
1985 KBAB = 5 KBAB = 6
1984 KBAB = 5 KBAB = 8
1983 KBAB = 3 KBAB = 6
1982 KBAB = 3 KBAB = 4
1981 KBAB = 3 KBAB = 9
1980 KBAB = 6 KBAB = 3
1979 KBAB = 8 KBAB = 4
1978 KBAB = 9 Afd 2 = 1
1977 KBAB = 5 Afd 2 = 4
1976 KBAB = 2 (RFCL) Afd 2 = 2
1975 KBAB = 3 KBAB = 9
1974 KBAB = 3 KBAB = 5
1973 KBAB = 2 (RFCL) KBAB = 4
1972 KBAB = 2 (RFCL) KBAB = 4
1971 KBAB = 3 KBAB = 3
1970 KBAB = 2 (RFCL) KBAB = 3
1969 KBAB = 4 KBAB = 3
1968 KBAB = 2 (RFCL) KBAB = 3
1967 KBAB = 1 KBAB = 4
1966 KBAB = 1 KBAB = 5
1965 KBAB = 2 (RFCL) KBAB = 5
1964 KBAB = 2 (RFCL) KBAB = 6
1963 KBAB = 6
1962 KBAB = 4
1961 Afd 2 = 1
1960 Afd 3 = 1
(tussen haakjes de kampioenenploeg in de hoogste afdeling)
Michel J

