Nieuws
Bilan 2026: 51 keer nationaal goud voor Daring
Kessel-Lo, 24 oktober 2026
In een nog niet zo ver (atletiek)verleden, eindigde het zomerseizoen op 31 oktober en luidden de veldlopers ’s anderendaags de winterklok met crossen op Allerheiligendag. Die strikte scheiding tussen beide seizoenen is intussen al een tijdje flink vervaagd. Terwijl de laatste werp- en springprestaties nog opgetekend worden, zijn de Veldlooprelays al afgewikkeld.
Toch zijn er in die prille herfstweken, waar zomer en winter in elkaar overvloeien, nog flink wat nationale titels uitgedeeld. Te beginnen met de estafettekampioenschappen op eigen terrein in Kessel-Lo en dat toevallig op onze Daring-feestdag van zondag 20 september. Net als bij het BK alle categorieën op hetzelfde terrein, zorgde de weermaker opnieuw voor een zeldzame natte voormiddag in een zeer droge periode waarin regen al even zeldzaam bleek dan sneeuw in de woestijn. Toch liet ons goed gesmeerd organisatieteam het niet aan hun hart komen en werd er alweer een haast perfecte organisatie afgeleverd.
Ook onze atleten zelf waren bij de pinken, al kregen onze masters vrouwen van de 4x100m met meer dan één onvoorzienigheid af te rekenen. Niet alleen regende het pijpenstelen om 10u40 ’s ochtends, het team moest ook de diensten van Sofie Rummens missen vanwege een gebroken teen. Geen nood voor de titel, want naamgenote Elise Rummens zorgde voor een uitstekende vervanging en stuurde Vreni Roesems, Stephanie Herssens en Audrey Van Maele probleemloos naar de titel in 54”14. Voor Daring was het de allereerste mastertitel in deze 4x100m-estafette ooit.
Er volgden op 20 september nog twee 4x100m-titels, deze keer zonder regen. De scholieren meisjes waren topfavoriet nadat Juliette Debucquoy, Katherine Rupert, Ella Declercq en Luna Gilmour al op 04 september bij de Memorial Van Damme met 47”83 het clubrecord aan diggelen liep. Ook nu waren ze een maatje te sterk voor de tegenstand en met een eindchrono van 47”88 kwam het kwartet met weinig concurrentie heel dicht bij hun Memorial-exploot. Het was de derde 4x100m-titel ooit voor de Leuvense scholieren meisjes, na eerdere gouden medailles in 1992 en 2008.
Een half uurtje later kwamen onze grote jongens in actie en ook hier werd volop in de roos gemikt. Jasper Vermaelen, Jurian De Rooze, Tobias Huybrechs en Louis Smeets stormden naar een clubrecord van 41”30 en dat was 4/100sten sneller dan vorig jaar. Dit is niet zo maar een clubrecord, want een handgestopte 41”3 (elektronisch wordt dat vertaald naar 41”44) stond al op de tabellen sedert…1967. In die periode scoorde het Daring sprintkwartet vier jaar na mekaar de nationale titel (van 1966 tot 1969), daarna werd het dus wachten op deze vijfde gezamenlijke glansprestatie tot 20 september 2026. Hetzelfde kwartet scoorde overigens nog zilver in de 4x200m met 1’26”16.
De juniores meisjes van de 4x800m zorgden voor een vierde aflossingstitel in eigen huis. Na 10’13”72 hadden Annabel Molina, Aline Goossens, Janne Cuppens en Marith Op ’t Eynde bijna een halve baanronde voorsprong. Zij konden hun Belgische titel van vorig jaar vlotjes verlengen en brachten het totaal aan 4x800m successen op 9 stuks bij de juniores meisjes.
Naast vier keer goud werd er ook nog drie keer zilver en één keer brons gescoord. Eén van die 8 medailles kwam er bij de 4x200m vrouwen AC die naar een clubrecord van 1’41”59 liepen. In de series notabene. Het vorige CR stond handgestopt op 1’42”0 en was al 29 jaar oud. Chloë Porton, Yasmine Van Hooghten, Renée Van Laethem en Emma Pil zorgden in de finale voor een slotoffensief dat met 1’42”08 op brons strandde. Eerder had dit viertal ook al zilver op zak gestoken in de 4x100m, die ze na 47”61 tot een goed einde wisten te brengen. De scholieren meisjes van de 4x800m mochten na 9’43”84 ook nog zilver afhalen met Katherine Rupert, Amélie Mathieu, Marie Pieters en Julie Segers.
De laatste nationale titel van het zomerseizoen werd op 11 oktober uitgereikt in de marathon van Eindhoven. Naast enkele andere top-5 klasseringen voor DCLA, was het Willy Vanderborcht die met de Belgische titel M65 aan de haal ging. Onze 69-jarige Borsbekenaar legde zijn 42 kilometer af in 3u53’32” en won daarmee zijn allereerste gouden medaille. Het is al de derde DCLA-masterkampioen op deze afstand. De eerste werd gewonnen door M65-clubrecordhouder (3u21’56”) André D’Haeyer in 2006. Willy wordt de 10de Daringatleet die een M65-titel wint. Samen zorgden die 10 atleten op pensioensleeftijd al voor 40 gouden medailles.
En zo kan de balans van 2026 (bijna) opgemaakt worden. Bijna, want het BK veldlopen komt er eind november nog aan. Tot vandaag mochten wij 51 Belgische titels noteren: 15 in de winter en 36 in de zomer. Van die 51 gouden medailles waren er 7 collectief (estafetten en bekerzeges). Twee Bekerzeges (masters en cadet-scholier), twee estafettetitels bij de AC en telkens één estafettetitel voor de vrouwelijke masters, scholieren en juniores. De 44 resterende individuele gouden medailles werden evenredig verdeeld tussen de beide geslachten: elk 22 stuks. Daarvan namen de masters er uiteraard het gros voor hun rekening: 9 bij de mannen en 15 bij de vrouwen. Ook de AC deden het verre van slecht: 11 stuks, waarvan 8 mannelijke en 3 vrouwelijke. De juniores namen er 5 voor hun rekening (2 man en 3 vrouw), de scholieren 3 (2 jongens en 1 meisje) en tenslotte één mannelijke beloftetitel. U heeft zelf al het enige schaduwvlekje ontdekt: het palmares van de cadetten bleef maagdelijk blank, al is dat voor deze jonge categorie naar de toekomst toe eerder een zegen dan een gemis.
Zeven atleten mochten afgelopen jaar voor het eerst op dat hoogste Belgische trapje en komen zo in de ere-galerij van nationale Daringkampioenen: de scholieren Sverre Deleu en Stig Genin; juniore Phaedra Dirix en belofte Jurian De Roose en de masters Audrey Van Maele, Lieve Teugels en Willy Vanderborcht.
51 titels is een uitstekende jaaroogst, iets wat (vermoedelijk) weinig andere clubs ons zullen nadoen. Maar of dat veel is in vergelijking met onze Daringgeschiedenis, dat is iets waarop we het antwoord schuldig moeten blijven. Eenvoudig omdat het kampioenschapslandschap in de loop der jaren explosief werd uitgebreid. Was er vroeger alleen maar veldlopen in de winter en seniores op de piste in de zomer; dan kwam er elk jaar wel een kampioenschap bij of werd het aanbod gouden medailles uitgebreid: indoor – wegwedstrijden – masters – beloften…
Maar klagen: dat gaan we zeker niet doen. Sedert Gaston Roelants op 10 maart 1957 de eerste kampioenstitel voor Daring won (veldloop juniores in Waregem), zijn we vandaag gekomen op een totaal van 1.379 Belgische titels, waarvan 1.104 individueel en 275 collectieve gouden medailles… Op nu naar het laatste kampioenschap van het jaar en op 1 januari 2027 beginnen we met een nieuw verhaal.
Ook onze atleten zelf waren bij de pinken, al kregen onze masters vrouwen van de 4x100m met meer dan één onvoorzienigheid af te rekenen. Niet alleen regende het pijpenstelen om 10u40 ’s ochtends, het team moest ook de diensten van Sofie Rummens missen vanwege een gebroken teen. Geen nood voor de titel, want naamgenote Elise Rummens zorgde voor een uitstekende vervanging en stuurde Vreni Roesems, Stephanie Herssens en Audrey Van Maele probleemloos naar de titel in 54”14. Voor Daring was het de allereerste mastertitel in deze 4x100m-estafette ooit.
Er volgden op 20 september nog twee 4x100m-titels, deze keer zonder regen. De scholieren meisjes waren topfavoriet nadat Juliette Debucquoy, Katherine Rupert, Ella Declercq en Luna Gilmour al op 04 september bij de Memorial Van Damme met 47”83 het clubrecord aan diggelen liep. Ook nu waren ze een maatje te sterk voor de tegenstand en met een eindchrono van 47”88 kwam het kwartet met weinig concurrentie heel dicht bij hun Memorial-exploot. Het was de derde 4x100m-titel ooit voor de Leuvense scholieren meisjes, na eerdere gouden medailles in 1992 en 2008.
Een half uurtje later kwamen onze grote jongens in actie en ook hier werd volop in de roos gemikt. Jasper Vermaelen, Jurian De Rooze, Tobias Huybrechs en Louis Smeets stormden naar een clubrecord van 41”30 en dat was 4/100sten sneller dan vorig jaar. Dit is niet zo maar een clubrecord, want een handgestopte 41”3 (elektronisch wordt dat vertaald naar 41”44) stond al op de tabellen sedert…1967. In die periode scoorde het Daring sprintkwartet vier jaar na mekaar de nationale titel (van 1966 tot 1969), daarna werd het dus wachten op deze vijfde gezamenlijke glansprestatie tot 20 september 2026. Hetzelfde kwartet scoorde overigens nog zilver in de 4x200m met 1’26”16.
De juniores meisjes van de 4x800m zorgden voor een vierde aflossingstitel in eigen huis. Na 10’13”72 hadden Annabel Molina, Aline Goossens, Janne Cuppens en Marith Op ’t Eynde bijna een halve baanronde voorsprong. Zij konden hun Belgische titel van vorig jaar vlotjes verlengen en brachten het totaal aan 4x800m successen op 9 stuks bij de juniores meisjes.
Naast vier keer goud werd er ook nog drie keer zilver en één keer brons gescoord. Eén van die 8 medailles kwam er bij de 4x200m vrouwen AC die naar een clubrecord van 1’41”59 liepen. In de series notabene. Het vorige CR stond handgestopt op 1’42”0 en was al 29 jaar oud. Chloë Porton, Yasmine Van Hooghten, Renée Van Laethem en Emma Pil zorgden in de finale voor een slotoffensief dat met 1’42”08 op brons strandde. Eerder had dit viertal ook al zilver op zak gestoken in de 4x100m, die ze na 47”61 tot een goed einde wisten te brengen. De scholieren meisjes van de 4x800m mochten na 9’43”84 ook nog zilver afhalen met Katherine Rupert, Amélie Mathieu, Marie Pieters en Julie Segers.
De laatste nationale titel van het zomerseizoen werd op 11 oktober uitgereikt in de marathon van Eindhoven. Naast enkele andere top-5 klasseringen voor DCLA, was het Willy Vanderborcht die met de Belgische titel M65 aan de haal ging. Onze 69-jarige Borsbekenaar legde zijn 42 kilometer af in 3u53’32” en won daarmee zijn allereerste gouden medaille. Het is al de derde DCLA-masterkampioen op deze afstand. De eerste werd gewonnen door M65-clubrecordhouder (3u21’56”) André D’Haeyer in 2006. Willy wordt de 10de Daringatleet die een M65-titel wint. Samen zorgden die 10 atleten op pensioensleeftijd al voor 40 gouden medailles.
En zo kan de balans van 2026 (bijna) opgemaakt worden. Bijna, want het BK veldlopen komt er eind november nog aan. Tot vandaag mochten wij 51 Belgische titels noteren: 15 in de winter en 36 in de zomer. Van die 51 gouden medailles waren er 7 collectief (estafetten en bekerzeges). Twee Bekerzeges (masters en cadet-scholier), twee estafettetitels bij de AC en telkens één estafettetitel voor de vrouwelijke masters, scholieren en juniores. De 44 resterende individuele gouden medailles werden evenredig verdeeld tussen de beide geslachten: elk 22 stuks. Daarvan namen de masters er uiteraard het gros voor hun rekening: 9 bij de mannen en 15 bij de vrouwen. Ook de AC deden het verre van slecht: 11 stuks, waarvan 8 mannelijke en 3 vrouwelijke. De juniores namen er 5 voor hun rekening (2 man en 3 vrouw), de scholieren 3 (2 jongens en 1 meisje) en tenslotte één mannelijke beloftetitel. U heeft zelf al het enige schaduwvlekje ontdekt: het palmares van de cadetten bleef maagdelijk blank, al is dat voor deze jonge categorie naar de toekomst toe eerder een zegen dan een gemis.
Zeven atleten mochten afgelopen jaar voor het eerst op dat hoogste Belgische trapje en komen zo in de ere-galerij van nationale Daringkampioenen: de scholieren Sverre Deleu en Stig Genin; juniore Phaedra Dirix en belofte Jurian De Roose en de masters Audrey Van Maele, Lieve Teugels en Willy Vanderborcht.
51 titels is een uitstekende jaaroogst, iets wat (vermoedelijk) weinig andere clubs ons zullen nadoen. Maar of dat veel is in vergelijking met onze Daringgeschiedenis, dat is iets waarop we het antwoord schuldig moeten blijven. Eenvoudig omdat het kampioenschapslandschap in de loop der jaren explosief werd uitgebreid. Was er vroeger alleen maar veldlopen in de winter en seniores op de piste in de zomer; dan kwam er elk jaar wel een kampioenschap bij of werd het aanbod gouden medailles uitgebreid: indoor – wegwedstrijden – masters – beloften…
Maar klagen: dat gaan we zeker niet doen. Sedert Gaston Roelants op 10 maart 1957 de eerste kampioenstitel voor Daring won (veldloop juniores in Waregem), zijn we vandaag gekomen op een totaal van 1.379 Belgische titels, waarvan 1.104 individueel en 275 collectieve gouden medailles… Op nu naar het laatste kampioenschap van het jaar en op 1 januari 2027 beginnen we met een nieuw verhaal.
Michel Jordens

