varia
Eva's marathonverhaal
02 oktober 2016
“Het begon allemaal op een druilige dinsdagavond eind februari aan de keukentafel. Het moet een vrij-, zater- of zondag geweest zijn, vermits ik tijdens de week op kot zit en met volle teugen geniet van student-zijn.”
Twee grote fouten in de eerste twee zinnen van mijn allereerste marathonverhaal. Op de contradictio wees ik jullie vorige keer al, maar belangrijker: het begon natuurlijk allemaal veel vroeger. Het begon namelijk die ene zaterdagnamiddag in Margijsbos (voor de leken: het steilste bos in Loonbeek City en omstreken) waarop ik zot genoeg was met papa een eindje te gaan lopen en hij me in de bergop aanmaande “niet te stappen, het maakt niet uit hoe steil het is of hoe traag we gaan, gewoon niet stappen”. Gehoorzaam zoals jullie me allemaal kennen, heb ik dat advies afgelopen zondag in Berlijn wel 20 keer aan mezelf herhaald, “Gewoon. Niet. Stappen.” Danku, papa.
Twee grote fouten in de eerste twee zinnen van mijn allereerste marathonverhaal. Op de contradictio wees ik jullie vorige keer al, maar belangrijker: het begon natuurlijk allemaal veel vroeger. Het begon namelijk die ene zaterdagnamiddag in Margijsbos (voor de leken: het steilste bos in Loonbeek City en omstreken) waarop ik zot genoeg was met papa een eindje te gaan lopen en hij me in de bergop aanmaande “niet te stappen, het maakt niet uit hoe steil het is of hoe traag we gaan, gewoon niet stappen”. Gehoorzaam zoals jullie me allemaal kennen, heb ik dat advies afgelopen zondag in Berlijn wel 20 keer aan mezelf herhaald, “Gewoon. Niet. Stappen.” Danku, papa.
Deze specifieke keer begon het op training: Guy (één van de twee beste coaches op aarde) die laat vallen dat hij wel eens aan een ticketje Berlijn zou kunnen geraken, en of ik daar misschien in geïnteresseerd zou zijn? Dat gat in de lucht in de kantine dateert van toen. Zoals dat wel eens gaat met ‘connecties’, was het maandelang afwachten tot we 100% zeker waren of ik aan de startlijn zou mogen verschijnen, maar van zodra mijn naam op de startlijst stond te prijken achter het prachtige bibnummer F20, ben ik de uren tot 25 september 9u15 beginnen aftellen.
De aanloop naar de marathon was minstens even prachtig als de wedstrijd zelf. Na een geslaagd cross-seizoen, waar ik de eer had meer op het podium te staan dan er naast, volgde een resem (weg)wedstrijden waar ik met plezier trots op terugkijk en die basically aan de basis liggen van mijn huidige vorm.
Met die motiverende basis kon ik aan een gefundeerde, specifieke voorbereiding starten voor Berlijn. Honderden uren, een veelvoud aan kilometers, enkele paren Asics (Danku, Running Center) en enkele trainingsmaatjes (danku, Tom, Simon, Wouter, Lauren, Leen en Kabi) heb ik in het provenciaal domein, op het Dijlepad en op onze piste gesleten. De voorbereiding ging (nagenoeg) perfect, dat is, tot zo’n 2 weken voor de cruciale dag. Overtraining, een acute tendiopathie van de tibialis posterior: 4 spoed-kinésessies bij Dennis (danku, Laerte) en een halvering van de resterende trainingsarbeid moesten mij zo goed en zo kwaad als mogelijk klaarstomen voor de start.
En wat een start. Wat een gevoel. Te mogen starten in het eliteveld, omringd door de allergrootsten van de 21e eeuw, Bekele, Kipsang, Mutai, Dibaba, Kebebe, Laerte. Elke stap wordt op camera vastgelegd. De mogelijkheid pipi te kunnen doen 5’ voor de start. Onbeschrijfelijk. Onevenaarbaar. Aftellen samen met de andere 40 000 lopers laat ik aan mij voorbijgaan (kippenvel gegarandeerd, of misschien lag dat aan de 10°C-warmte), om zo vol concentratie op de eerste km geen 30s te snel te starten (gelukt, het waren er maar 25).
Al bij dat gouden mannetje echter (km 2, de Siegessaule), voelde ik: nee, die pees, dat zit niet goed. Op km 8 is de bilspier van het bewuste been beginnen verkrampen en van dat moment aan heb ik geen moment gedacht aan de eindmeet halen. Een goede 20, ja, een goede halve, oké. Maar niet de volle 42,195km met deze pees en aanverwanten.
Mijn rondetijden namen gestaag af, maar ik nam me voor zolang ik onder de 4’/K zat niet op te geven: waarvoor had ik anders getraind? En tot welk nut waren al die supporters aan de kant dan “Eva” aan het roepen? (Seriously, geen 3m lege ruimte aan de kant te bespeuren op dit parcours, en wel 3 Belgische vlaggen! Waarvoor dank, dat had echt niet gemoeten zeg *bloos, bloos*)
Op km 32 – laatste gelleke-bevoorrading – konden mijn pees en bil wel wenen van de miserie. Op km 33 heb ik gerekend: wat als ik vanaf nu aan basistempo (12/u) doorloop? Bleek dat nog steeds een PR te worden, ja, dan stop je niet he…
De laatste 10 km werden een mentale strijd tegen mezelf en de klok.
Nog 7 km. Komop Eva, hiervoor heb je getraind. 7? Da’s peanuts. Not even warm up. Nog 5 km. Waar is mijn drinkbus? WAAR IS MIJN BUS?
Nog 4 km. Serieus? Moet ik nog zo ver? Miljaaarrr.
Nog 3 km. De Red Bull stand, ja, geef hier! Mmm Red Bull in mijn oog, mm, dat pikt. Whatever.
Nog 2 km. Jezus hier staan veel mensen. Waar moet ik naartoe? Ah die bocht daar. *Op het moment dat clubgenoot Simon Brumagne mij voorbij komt gesneld*: “Oh hey Simon, nee ik ga u niet volgen, toch bedankt, ga maar.”
Nog 1 km. Ah nee da’s niet waar, ‘t is nog meer, want ‘t is 42,195km, niet 42. Alez wie verzint het? Wait a minute is dat de Brandenburg Tor, ja? Is dat hem? No way, ja. Ik ben er! Denk ik? Ja! Ja kijk! En ik loop nog! Shit, dit is niet het einde. Dennis had dat gezegd, juuust! “Gewoon. Niet. Stappen.”
Aha! Daar! ‘Ziel’, ja da’s finish! ONDER DE 2H46’!!!!!!!! (Eigenlijk niet dus, de matten voor tijdsregistratie lagen 20m verder) Stoppen. Vooroverbuigen. Wenen van vreugde en euforie. I DID IT. Once again. HET IS GELUKT!
Een ferm woord van dank aan allen die mij ter plaatse zijn komen (onder)steunen, bevoorraden, verzorgen en vergezellen, Katrien en Koen, Sabine (en Simon), Mark en Patricia, Dieter, papa en mama (mijn 2 grootste supporters), Landa en above all, Guy. Zonder jullie was er zelfs geen sprake van gelukzaligheid geweest. Deze is absoluut voor jullie.
Verder, bedankt aan mijn ondersteunend ‘team’, kinés Dennis en Laura, de club, Running Center en mijn huisgenootjes.
Ten slotte, een dikke merci aan allen die in mij geloofd hebben, voor mij gesupporterd hebben van thuis uit, mee kms gemaald hebben; ik heb het gevoeld. Daar. Allemaal dankzij jullie. BEDANKT!
De aanloop naar de marathon was minstens even prachtig als de wedstrijd zelf. Na een geslaagd cross-seizoen, waar ik de eer had meer op het podium te staan dan er naast, volgde een resem (weg)wedstrijden waar ik met plezier trots op terugkijk en die basically aan de basis liggen van mijn huidige vorm.
Met die motiverende basis kon ik aan een gefundeerde, specifieke voorbereiding starten voor Berlijn. Honderden uren, een veelvoud aan kilometers, enkele paren Asics (Danku, Running Center) en enkele trainingsmaatjes (danku, Tom, Simon, Wouter, Lauren, Leen en Kabi) heb ik in het provenciaal domein, op het Dijlepad en op onze piste gesleten. De voorbereiding ging (nagenoeg) perfect, dat is, tot zo’n 2 weken voor de cruciale dag. Overtraining, een acute tendiopathie van de tibialis posterior: 4 spoed-kinésessies bij Dennis (danku, Laerte) en een halvering van de resterende trainingsarbeid moesten mij zo goed en zo kwaad als mogelijk klaarstomen voor de start.
En wat een start. Wat een gevoel. Te mogen starten in het eliteveld, omringd door de allergrootsten van de 21e eeuw, Bekele, Kipsang, Mutai, Dibaba, Kebebe, Laerte. Elke stap wordt op camera vastgelegd. De mogelijkheid pipi te kunnen doen 5’ voor de start. Onbeschrijfelijk. Onevenaarbaar. Aftellen samen met de andere 40 000 lopers laat ik aan mij voorbijgaan (kippenvel gegarandeerd, of misschien lag dat aan de 10°C-warmte), om zo vol concentratie op de eerste km geen 30s te snel te starten (gelukt, het waren er maar 25).
Al bij dat gouden mannetje echter (km 2, de Siegessaule), voelde ik: nee, die pees, dat zit niet goed. Op km 8 is de bilspier van het bewuste been beginnen verkrampen en van dat moment aan heb ik geen moment gedacht aan de eindmeet halen. Een goede 20, ja, een goede halve, oké. Maar niet de volle 42,195km met deze pees en aanverwanten.
Mijn rondetijden namen gestaag af, maar ik nam me voor zolang ik onder de 4’/K zat niet op te geven: waarvoor had ik anders getraind? En tot welk nut waren al die supporters aan de kant dan “Eva” aan het roepen? (Seriously, geen 3m lege ruimte aan de kant te bespeuren op dit parcours, en wel 3 Belgische vlaggen! Waarvoor dank, dat had echt niet gemoeten zeg *bloos, bloos*)
Op km 32 – laatste gelleke-bevoorrading – konden mijn pees en bil wel wenen van de miserie. Op km 33 heb ik gerekend: wat als ik vanaf nu aan basistempo (12/u) doorloop? Bleek dat nog steeds een PR te worden, ja, dan stop je niet he…
De laatste 10 km werden een mentale strijd tegen mezelf en de klok.
Nog 7 km. Komop Eva, hiervoor heb je getraind. 7? Da’s peanuts. Not even warm up. Nog 5 km. Waar is mijn drinkbus? WAAR IS MIJN BUS?
Nog 4 km. Serieus? Moet ik nog zo ver? Miljaaarrr.
Nog 3 km. De Red Bull stand, ja, geef hier! Mmm Red Bull in mijn oog, mm, dat pikt. Whatever.
Nog 2 km. Jezus hier staan veel mensen. Waar moet ik naartoe? Ah die bocht daar. *Op het moment dat clubgenoot Simon Brumagne mij voorbij komt gesneld*: “Oh hey Simon, nee ik ga u niet volgen, toch bedankt, ga maar.”
Nog 1 km. Ah nee da’s niet waar, ‘t is nog meer, want ‘t is 42,195km, niet 42. Alez wie verzint het? Wait a minute is dat de Brandenburg Tor, ja? Is dat hem? No way, ja. Ik ben er! Denk ik? Ja! Ja kijk! En ik loop nog! Shit, dit is niet het einde. Dennis had dat gezegd, juuust! “Gewoon. Niet. Stappen.”
Aha! Daar! ‘Ziel’, ja da’s finish! ONDER DE 2H46’!!!!!!!! (Eigenlijk niet dus, de matten voor tijdsregistratie lagen 20m verder) Stoppen. Vooroverbuigen. Wenen van vreugde en euforie. I DID IT. Once again. HET IS GELUKT!
Een ferm woord van dank aan allen die mij ter plaatse zijn komen (onder)steunen, bevoorraden, verzorgen en vergezellen, Katrien en Koen, Sabine (en Simon), Mark en Patricia, Dieter, papa en mama (mijn 2 grootste supporters), Landa en above all, Guy. Zonder jullie was er zelfs geen sprake van gelukzaligheid geweest. Deze is absoluut voor jullie.
Verder, bedankt aan mijn ondersteunend ‘team’, kinés Dennis en Laura, de club, Running Center en mijn huisgenootjes.
Ten slotte, een dikke merci aan allen die in mij geloofd hebben, voor mij gesupporterd hebben van thuis uit, mee kms gemaald hebben; ik heb het gevoeld. Daar. Allemaal dankzij jullie. BEDANKT!

