Wedstrijdatletiek
BK Masters indoor: vijf keer goud
Gent, Topsporthal, 11 maart 2017
Amper tien Leuvense masters traden zaterdag aan bij hun Belgisch kampioenschap indoor in de Gentse Topsporthal. Dat is niet veel, maar de acht mannen en twee vrouwen kwamen wel terug met vijf nationale titels, vier zilveren en een bronzen medaille. Als toemaatje mochten vijf nieuwe clubrecords genoteerd worden. En naast deze tien podiumplaatsen, werden aan het bovenstaande ook nog 12 provinciale titels vastgekoppeld.
Grootste slokop werd M50 Marc Neefs, die intekende voor de 800m en de 1500m. Na een winter waarin de focus meer op recuperatie en het rustigere langere werk werd gelegd, had Marc een plannetje klaar om zo dicht mogelijk bij de twee titels te mikken zonder teveel krachten aan te spreken. Dat plannetje mocht na de eerste serie van de 800m al opgeborgen worden. In reeks 1 klokte de winnaar solo 2’11”56, dus moest de gezondheidswandeling van Marc in reeks 2 geschrapt worden. Hij snelde in een gelijkmatig tempo naar 2’08”60: ruim buiten de mogelijkheden van de anderen, maar er werd wel minder energie gespaard voor de 1500m van drie uurtjes later. Daar had Marc wel wat meeval: de voornaamste tegenstander was niet komen opdagen, waardoor onze sterkhouder zich kon laten meedrijven op een tactisch tempo om dan in de slotfase onweerstaanbaar naar zijn 16de nationale titel te sprinten in 4’38”52. Uiteraard kreeg hij van Johan De Coninck ook de twee provinciale schildjes uitgereikt.
Ook W50 An Vanhellemont was goed op dreef. In de verspringbak landde ze bij 4m03, en dat leverde haar de nationale titel op, al was er slechts weinig overschot (3 luttele centimeter) op de zilveren positie. Met 4m03 verbeterde An ook het tien jaar oude clubrecord van Ingrid Ceuppens (3m98). Daarna ging het naar de hoogspringstand waar An de richtlijnen van trainer Bert Vanderlinden nauwgezet opvolgde: ze klaarde 1m33 en mislukte slechts nipt op 1m36, een hoogte die de mama van Nafi Thiam wel haalde. Zilver dus en dat op haar beste niveau, want haar clubrecord staat bij 1m35. In de uitslag werd An als ‘Limburgs kampioene’ genoteerd, maar gelukkig was Vlaams-Brabants ceremoniemeester Johan De Coninck ook hier bij de pinken om het juiste schildje met de nodige égards uit te delen.
M70 Raymond Houry opteerde na zijn 200m-titel van vorig jaar, nu voor de dubbele afstand. Hij vreesde een Dilbeekse concurrent, maar daar was op de baan weinig van te merken. Onbedreigd en ver voor de rest uit, klokte Raymond 74”23, een eerste clubrecord in deze categorie, maar ook slechts een halve seconde boven het nationale record. Voor de 5de titel was het wachten tot de laatste wedstrijd van de dag. Toen iedereen al ingepakt had, moesten de verspringers M60+ nog beginnen. Geen probleem voor Marc Buelens, die aan zijn 3m84 de gouden medaille overhield, 13 centimeter verder dan zijn dichtste belager.
M60 Marc Groeninckx heeft, net als de meeste masters in de niet meer zo jongere leeftijdscategorieën, wat af te rekenen met lichamelijke ongemakken en stond dus met vraagtekens voor de dubbel 400m-800m. Die dubbele baanronde ging evenwel heel vlotjes en in een uitstekende 65”80 pakte Marc het zilver. Later op de dag begon hij de 800m voorzichtig en liet zich meedrijven op medaillekoers. Dat werd eveneens zilver in 2’40”61, een marge waar een topfitte Groeninckx nog een smak kan afknabbelen. Echter geen provinciale titels voor Marc, want Grimbergenaar Jos Herinckx drijft nu eenmaal op eenzame nationale hoogte. Toch een troost: beide prestaties van Marc gaan als clubrecords de boeken in.
Wie ook alles kan meevertellen over lichamelijke ongemakken, is Jules Vandenweghe. Onze sterke man bij de M70 moet op doktersbevel alle zware trainingen laten vallen en komt dus op een light-versie van een fitness-programma aan de rand van de kogelstand. Dat leverde zaterdag nog een respectabele afstand van 9m90 op, goed voor nationaal zilver. En nog iemand die haar portie van lichamelijk leed meer dan voldoende heeft gekregen. Hilde Bottin moest de springnummers vaarwel zeggen, maar kan als gewezen meerkampster nog terugvallen op andere disciplines. Zo kwam ze nu aan de slag in de 200m die ze afwerkte in 31”78, het eerste clubrecord bij de W50. Goed voor nationaal brons en een provinciale titel. Bovendien ook – momenteel – het hoogst haalbare, want de nummers een en twee konden afgelopen zomer al uitpakken met nationale sprinttitels.
En zo zijn we bij de sprintnummers aanbeland. U heeft het ondertussen al gemerkt: de reeds geciteerde masters kunnen we niet meer onderbrengen bij het ‘jong geweld’, maar dat is gelukkig nog niet van toepassing bij de drie mannelijke sprinters die hun beste beentje voorzetten. Jim Vercruyssen is als M35 de benjamin van het trio. Zijn 200m in 27”65 was goed voor plaats 6 én een Vlaams-Brabantse titel. David Punga sprint bij de M40 en werd in de tweede serie van de 60m 4de in 8”19, goed voor een 6de totaalplaats en eveneens een provinciale titel. Later op de dag liep hij ook nog de baanronde in 28”86, wat hem een 10de plaats opleverde over de drie series heen. Bert Torfs tenslotte kon bij de M50 twee provinciale titels mee naar huis brengen. In de 60m lukte hij in de eerste reeks 8”48, goed voor een 7de totaalplaats en in de 200m liet hij een knappe 27”42 optekenen, wat hem nogmaals op plaats 7 bracht, maar ook heel dicht bij het clubrecord van Friedhelm Dreckmeier (27”18) die voor dit BK helaas moest passen vanwege ziekte.
U stelt het mee vast: voor de stilaan nakende mastersinterclub zijn de vooruitzichten niet echt rooskleurig. Vorig jaar tuimelden de Leuvense masters met duidelijk verschil uit de hoogste klasse en indien er zich niet dringend jong bloed aanbiedt, dan wordt het zelfs een hele klus om een plaatsje in de tweede afdeling te vrijwaren. De coaches weten wat er te wachten staat, maar zij kunnen helaas ook niet toveren…
Ook W50 An Vanhellemont was goed op dreef. In de verspringbak landde ze bij 4m03, en dat leverde haar de nationale titel op, al was er slechts weinig overschot (3 luttele centimeter) op de zilveren positie. Met 4m03 verbeterde An ook het tien jaar oude clubrecord van Ingrid Ceuppens (3m98). Daarna ging het naar de hoogspringstand waar An de richtlijnen van trainer Bert Vanderlinden nauwgezet opvolgde: ze klaarde 1m33 en mislukte slechts nipt op 1m36, een hoogte die de mama van Nafi Thiam wel haalde. Zilver dus en dat op haar beste niveau, want haar clubrecord staat bij 1m35. In de uitslag werd An als ‘Limburgs kampioene’ genoteerd, maar gelukkig was Vlaams-Brabants ceremoniemeester Johan De Coninck ook hier bij de pinken om het juiste schildje met de nodige égards uit te delen.
M70 Raymond Houry opteerde na zijn 200m-titel van vorig jaar, nu voor de dubbele afstand. Hij vreesde een Dilbeekse concurrent, maar daar was op de baan weinig van te merken. Onbedreigd en ver voor de rest uit, klokte Raymond 74”23, een eerste clubrecord in deze categorie, maar ook slechts een halve seconde boven het nationale record. Voor de 5de titel was het wachten tot de laatste wedstrijd van de dag. Toen iedereen al ingepakt had, moesten de verspringers M60+ nog beginnen. Geen probleem voor Marc Buelens, die aan zijn 3m84 de gouden medaille overhield, 13 centimeter verder dan zijn dichtste belager.
M60 Marc Groeninckx heeft, net als de meeste masters in de niet meer zo jongere leeftijdscategorieën, wat af te rekenen met lichamelijke ongemakken en stond dus met vraagtekens voor de dubbel 400m-800m. Die dubbele baanronde ging evenwel heel vlotjes en in een uitstekende 65”80 pakte Marc het zilver. Later op de dag begon hij de 800m voorzichtig en liet zich meedrijven op medaillekoers. Dat werd eveneens zilver in 2’40”61, een marge waar een topfitte Groeninckx nog een smak kan afknabbelen. Echter geen provinciale titels voor Marc, want Grimbergenaar Jos Herinckx drijft nu eenmaal op eenzame nationale hoogte. Toch een troost: beide prestaties van Marc gaan als clubrecords de boeken in.
Wie ook alles kan meevertellen over lichamelijke ongemakken, is Jules Vandenweghe. Onze sterke man bij de M70 moet op doktersbevel alle zware trainingen laten vallen en komt dus op een light-versie van een fitness-programma aan de rand van de kogelstand. Dat leverde zaterdag nog een respectabele afstand van 9m90 op, goed voor nationaal zilver. En nog iemand die haar portie van lichamelijk leed meer dan voldoende heeft gekregen. Hilde Bottin moest de springnummers vaarwel zeggen, maar kan als gewezen meerkampster nog terugvallen op andere disciplines. Zo kwam ze nu aan de slag in de 200m die ze afwerkte in 31”78, het eerste clubrecord bij de W50. Goed voor nationaal brons en een provinciale titel. Bovendien ook – momenteel – het hoogst haalbare, want de nummers een en twee konden afgelopen zomer al uitpakken met nationale sprinttitels.
En zo zijn we bij de sprintnummers aanbeland. U heeft het ondertussen al gemerkt: de reeds geciteerde masters kunnen we niet meer onderbrengen bij het ‘jong geweld’, maar dat is gelukkig nog niet van toepassing bij de drie mannelijke sprinters die hun beste beentje voorzetten. Jim Vercruyssen is als M35 de benjamin van het trio. Zijn 200m in 27”65 was goed voor plaats 6 én een Vlaams-Brabantse titel. David Punga sprint bij de M40 en werd in de tweede serie van de 60m 4de in 8”19, goed voor een 6de totaalplaats en eveneens een provinciale titel. Later op de dag liep hij ook nog de baanronde in 28”86, wat hem een 10de plaats opleverde over de drie series heen. Bert Torfs tenslotte kon bij de M50 twee provinciale titels mee naar huis brengen. In de 60m lukte hij in de eerste reeks 8”48, goed voor een 7de totaalplaats en in de 200m liet hij een knappe 27”42 optekenen, wat hem nogmaals op plaats 7 bracht, maar ook heel dicht bij het clubrecord van Friedhelm Dreckmeier (27”18) die voor dit BK helaas moest passen vanwege ziekte.
U stelt het mee vast: voor de stilaan nakende mastersinterclub zijn de vooruitzichten niet echt rooskleurig. Vorig jaar tuimelden de Leuvense masters met duidelijk verschil uit de hoogste klasse en indien er zich niet dringend jong bloed aanbiedt, dan wordt het zelfs een hele klus om een plaatsje in de tweede afdeling te vrijwaren. De coaches weten wat er te wachten staat, maar zij kunnen helaas ook niet toveren…
Michel

